Het WK van Kazan 2015 zit er intussen op. Acht intense dagen van absolute topsport waar we toch wel even van moeten afkicken. Voor de Belgische selectie was het over het algemeen bekeken een bijzonder geslaagd WK. Met twee individuele finales voor Louis Croenen en Pieter Timmers en een zesde plaats voor de 4x200m ploeg bij de mannen bovenop de halve finales van Heersbrandt, Lecluyse en Buys, mag gerust gesteld worden dat dit het beste WK is in meer dan 15 jaar. Croenen en Timmers tonen hiermee hun kunnen en mogen beiden tevreden zijn. Al moet Timmers samen met coach Ronald Gaastra nagaan waarom het misliep op de 200m vrije slag en moet Louis Croenen nog werken aan zijn start en snelheid. Wanneer hij sneller zou kunnen zwemmen op de 100m vlinderslag, zou dat ook van nut zijn op zijn geliefde 200m vlinderslag.
Zoals de coaches en begeleiders aangaven waren er ook gemiste kansen: Fanny Lecluyse zwom een fantastisch WK in de reeksen, en had het potentieel om een finale te zwemmen, maar op één of andere manier lukte het niet in de halve finale. Voor Timmers was zelfs een medaille mogelijk geweest. Het feit dat dit nu gemiste kansen worden genoemd getuigt van ambitie en van het feit dat er de afgelopen jaren progressie is gemaakt. Waar men vroeger al blij was wanneer men kon meedoen aan het WK en eventueel eens een halve finale behaalde, worden halve finales nu als normaal beschouwd en reikt de ambitie nu verder met finales en medailles als doel. Niet dat alles goed was, maar dat gebeurt bijna nooit in sport. Jasper Aerents, ondanks een mooie estafette, en Lander Hendrickx zullen ontgoocheld geweest zijn. Ook François Heersbrandt en Kimberly Buys wisselden topprestaties af met tegenvallers. Hopelijk laten ze de moed hier niet door zakken en putten zij hier motivatie uit om in het Olympische seizoen toch nog een extra stap te zetten. Glenn Surgeloose toonde zich weer als betrouwbare schakel in de estafettes en Dieter Dekoninck toonde dat men na een jaar van blessureleed weer rekening met hem moet houden en dat hij zijn plaats in de estafettes wel weer zal innemen. Emmanuel Vanluchene komt eveneens van ver gezien de ziekte die hij opliep in april en lijkt klaar om in het Olympisch seizoen weer volop mee te draaien en een plaats in de estafetteploeg te veroveren. De plaatsen gaan duur zijn. Interne concurrentie zal de ploeg alleen maar sterker maken.
Internationaal valt vooral de prestatie van de terecht tot zwemster van het tornooi verkozen Katie Ledecky (USA) op. Zij haalde individueel goud op de 200m, 400m, 800m en 1500m vrije slag. Op die laatste twee deed ze dat overigens met een wereldrecord. Bronte Campbell trad definitief uit de schaduw van oudere zus Cate (AUS). Sarah Sjöström (SWE) en Katinka Hosszu (HUN) verzorgden eveneens het spektakel bij de dames.
Bij de heren riep de FINA Sun Yang (CHN), die twee maal goud en één maal zilver veroverde bij dit WK, uit tot atleet van het tornooi. Hiermee bevestigd de FINA het beeld van corruptie en onbekwaamheid dat mensen hebben over sportbonden, door te kiezen voor een zwemmer die een dopingverleden met zich meedraagt en op een obscure manier niet aan de start van de 1500 meter kwam. Er waren in onze ogen betere kandidaten geweest. We hebben enorm genoten van de duels op de schoolslagnummers bij de mannen. Cameron Van der Burgh (RSA) lijkt zich nog niet neer te leggen bij de heerschappij van Adam Peaty (AUS). Beiden zwommen een wereldrecord op de vijftig meter, en Peaty lijkt met de toekomst voor zich, twee maal goud en een wereldrecord dus een beter kandidaat voor de titel van ‘Zwemmer van het tornooi’. Ook de Austaliër Mitch Larkin behaalde dubbel goud en beleefde na zijn wereldtitel eerder dit seizoen op het WK korte baan in Doha, nu zijn echte grote internationale doorbraak. Florent Manaudou zwom naar een kanontijd op de 50m vrije slag, en behaalde bovendien ook goud op de 50m vlinderslag. Volgend jaar zullen Garcia Belmonte (ESP), Agnel (FRA), Magnussen (AUS) en Michael Phelps (USA), die op dit moment absolute wereldtijden zwemt op de Amerikaanse kampioenschappen, er waarschijnlijk weer bij zijn en zullen het deelnemersveld en hopelijk de wedstrijden zelf er dus nog spectaculairder uitzien.

Wanneer we naar de landen kijken, valt op dat de Verenigde Staten een relatief zwakke indruk maakten, de prestaties van Ledecky en enkele andere uitzonderingen en het feit dat ze de ‘Team Trophy’ wonnen even buiten beschouwing gelaten. De Amerikanen maakten hun selectie al vorige zomer bekend en dat systeem lijkt dus niet het meest optimale. Het systeem was opgezet om het gekende Amerikaanse fenomeen ‘Taper-Re-Taper’ te voorkomen, waarbij de zwemmers eerst op de trials moeten pieken en dan enkele weken later op het internationale kampioenschap. De filosofie erachter is niet slecht, de uitwerking kan beter. In het Olympisch jaar zullen er echter gewoon weer Olympic trials zijn in Omaha. De Japanse mannen vielen mede door de afwezigheid van Hagino een beetje door de mand, en konden niet de tijden neerzetten van eerder dit seizoen, al verlengde Seto wel zijn wereldtitel op de 400 wisselslag. De Polen en de Canadezen behaalden in de breedte dan weer wel erg sterke resultaten met een heleboel finales en enkele medailles tot gevolg. De Brazilianen vielen ook relatief tegen en hebben nog werk voor de boeg om volgend jaar in hun eigen Rio de Janeiro te kunnen schitteren.
Met deze nabeschouwing zit onze WK-verslaggeving er op. We hopen dat jullie het interessant en leuk vonden en zullen jullie verder op de hoogte blijven houden van het reilen en zeilen in de zwemwereld.
