Profiel
| Leeftijd | 24 jaar |
| Club | Antwerpen United Swimming – BRABO |
| Trainer | Erwin Vanspauwen & Maarten De Wilde |
| Specialiteit | 100m vrije slag en 200m vrije slag |
Dieter Dekoninck maakt sinds geruime tijd deel uit van de nationale ploeg. Op jonge leeftijd doorging hij de EJK’s en het EYOF en sloot zich nadien aan bij de seniorentop van het land. Hij maakte deel uit van de 4×100 meter en 4×200 meter vrije slag die finaleplaatsen wist te behalen op het mondiale niveau en de achtste plaats bereikte op de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Individueel behaalde Dieter finales op Europese kampioenschappen (langebaan en kortebaan) op de 100 meter en 200 meter vrije slag. In het seizoen 2013-2014 blesseerde Dieter zich aan zijn schouder en verdween een tijdje uit beeld. In 2015 wist de Kapellenaar zich op het open BK in de Belgische 4×200 meter te zwemmen en claimde zo terug zijn plek bij het nationale team. Op het laatste BK kortebaan viel Dieter na de eerste dag ziek uit. Swim Nation ging verhaal bij hem halen.
Dag Dieter, hoe gaat het met je?
Goed. De trainingen die ik nu doe zijn in aanloop naar de Flanders Cup in januari en verlopen redelijk goed. De Belgische kampioenschappen afgelopen weekend vormden een kleine test richting de Flanders. Ik ben dat weekend ziek geworden en heb sinds een tijdje een bilspierblessure die opspeelt. Hierdoor kon ik het toernooi niet verderzetten. Op dit moment word ik goed opgevolgd door de sportafdeling van het UZA, mijn kiné’s en mijn osteopaat. Ik verwacht niet dat deze blessure de rest van mijn seizoen gaat belemmeren.
Je ziet afgelopen weekend dus niet als een setback?
Nee kijk, ik zat vorige week in Lanzarote op BOIC stage en de terugvlucht is me wat slecht gevallen. Ik denk dat ik daar een bacterie of iets dergelijks heb opgelopen. Ondertussen is alles wel onder controle, nu ik een paar dagen rust heb genomen. De echte oorzaak van mijn bilspierblessure weten we eigenlijk niet zeker, het zou aan mijn heupen of onderrug kunnen liggen. Op de vlucht (van Lanzarote red.) zat ik krap in mijn stoel. Daardoor misschien… Mijn kiné stelde vast dat mijn heupen niet helemaal gelijk stonden. Dat kan de spanningen verklaren… Ik moet het wat dag per dag bekijken.
Je hebt het laatste jaar een hels parcours afgelegd. Je schouderblessure, revalidatie en uiteindelijke kwalificatie voor het wereldkampioenschap is op zijn minst opmerkelijk te noemen. Laatst dubde de ondervoorzitter van Brabo je nog ‘the comeback kid’. Hoe kijk je zelf terug op die periode?
Eigenlijk was die periode erg leerrijk. Je leert jezelf, je lichaam nog extra goed kennen. Ik had voordien al een rugblessure meegemaakt, maar dat was eigenlijk peanuts vergeleken met wat ik voorhad aan mijn schouder. Ik ben toen acht à negen maanden buiten strijd geweest. Na de operatie die ik onderging moest ik van helemaal niets opnieuw beginnen. Kalmpjes aandoen was mijn opdracht. De ene dag ging het wel wat beter dan de andere en ik mocht me vooral niet forceren. Stap per stap kreeg ik alles terug opgebouwd. Dat gaf wel vertrouwen om terug te komen. Ik heb ook wel een dipje gehad toen ik terugviel. Gelukkig kon ik toen een beroep doen op mijn omkadering: mijn trainers, Erwin en Maarten, mijn kiné’s, osteopaten en dokters die er ook allemaal mee inzaten en me opvolgden.
Dat sluit naadloos aan bij mijn volgende vraag. Voor onze jongere lezers die, hopelijk, nog geen ernstige blessure hebben meegemaakt. Wat waren je vooruitzichten; wat hield je sterk?
Ik had nog steeds doelen voor ogen. Doelen die ik nog graag wilde behalen. Er zijn natuurlijk geen zekerheden waarvan je uit kan gaan. Ik ga uit van: ‘Als je het niet probeert, weet je het nooit’. Ik wilde er gewoon voor zorgen dat ik geen spijt had van mijn beslissingen. Dat ik later niet terugkijk met twijfels over wat ik heb gedaan.
En je hebt nergens spijt van?
Ik heb nergens spijt van. Ik probeerde ook na iedere training, toen ik uit het water kwam, te eindigen met iets positiefs. Ook al was het iets kleins, zoals bijvoorbeeld 200 meter pijnvrij zwemmen waar ik voordien maar 150 meter kon. Zo kon ik naar huis gaan met een positief gevoel. Dat hield me wel recht.
Seizoen 2015-2016 is onderweg. De Olympische Spelen komen steeds dichterbij. Wat zijn je exacte ambities?
Mijn ambities zijn om tegen de Spelen een individuele kwalificatie te hebben afgedwongen. Dat is al mijn droom sinds Londen (Olympische Spelen 2012 red.). Ik maakte in Londen deel uit van de estafetteploeg en dacht dat ik kans zou hebben om in 2016 individueel aan te treden. Dat zou echt de max zijn. De concurrentie is hard. Op zowel de 100 meter crawl als de 200 meter crawl zijn er naar mijn mening 5 à 6 gasten die strijden voor twee ticketten.
Zijnde een Olympiër, naar welke Olympische ervaringen kijk je eigenlijk het meeste uit om nog eens mee te maken?
Het deel uitmaken van een Olympische groep die leeft voor zijn sport en naar daar mogen gaan om zo goed mogelijk te presteren. Dat is erg memorabel. De mediatisering intereseert me in mindere mate. De Olympische Spelen komen eraan en net dan ineens schiet iedereen wakker. De journalisten bellen iets vaker… Maar ja, daarvoor doe ik het zeker niet.
Een laatste vraagje. De 100m en 200m vrijeslag is, zoals je al zei, erg beladen in België. Welke tijd, denk je, zal volstaan voor een individueel ticket?
100m vrij – De limiet (48,99 red.) zal voldoende zijn denk ik.
200m vrij – Goh, dat is moeilijker… 1:47,6. Zoiets ongeveer.
Dieter, we danken je van harte voor dit gesprek en wensen je namens SwimNation veel succes!
