In Verenigde Staten zijn de meeste zwemteams van universiteiten in de laatste rechte lijn naar hun Conference-kampioenschappen en nationale kampioenschappen, ook wel NCAAs. Afgelopen weekend vond in Californië het duel tussen de vrouwenteams van rivalen University of California Berkeley, of kortweg Cal, en Stanford University plaats. Zij zijn respectievelijk gerangschikt als de nummers twee en één. Op het eerste zicht misschien niets speciaals zo’n duel tussen twee universiteiten, maar er stonden maar liefst acht Olympiërs aan de start. Voor Cal waren dat ondermeer Kathleen Baker, Katie McLaughin en Abbey Weitzeil. Stanford kon dan weer rekenen op Lia Neal, lid van de 4 x 100 vrij ploeg in Londen en Rio, Olympisch kampioene Simone Manuel en het fenomeen, Katie Ledecky. Daarnaast zwemmen ook nog Katie Drabot en Ella Eastin, die deelnamen aan het WK korte baan in Windsor, voor Stanford. Het beloofde dus een duel op het scherpst van de snee te worden.
Cal presteerde collectief sterk met winst in ondermeer de 4 x 50 wisselslag en 4 x 100 vrije slag, maar moest toch plooien voor de overmacht van Stanford. Katie Ledecky won drie nummers in drie ‘Pool’-records op de 1000, 200 en 500 yards vrije slag. Een belangrijke randbemerking is dat de 200 vlak na de 1000 werd betwist en een spannende strijd opleverde met teamgenote Simone Manuel. Die won op haar beurt dan weer de 50 en 100 vrije slag. In dat laatste nummer zagen we een mooie strijd tussen Manuel, Neal en Weitzeil, die in die volgorde aantikten. Daarnaast streken ook nog Ella Eastin en Janet Hu de nodige overwinningen en punten op voor Stanford dat zo de winst in de wacht sleepte met 177-123 als eindverdict. Opvallend was dat op zowel de 100 en 200 schoolslag Kim Williams (Stanford) en Marina Garcia (Cal) ex-aequo aantikten. Ex-aequo’s komen wel eens vaker voor in het zwemmen, maar twee maal op dezelfde wedstrijd en dezelfde zwemsters is toch wel uitzonderlijk. De volledige resultaten kan je hier vinden.

“Het gaat erover nooit helemaal tevreden of voldaan te zijn. De sport wordt steeds sneller en sneller dus je moet je echt continu aanpassen en zeker niet denken dat je alle antwoorden al kent.”
Na de wedstrijd konden we kort enkele vragen stellen aan de Stanford-coach, Greg Meehan. Meehan staat sinds september 2012 aan het hoofd van het vrouwenteam van Stanford en heeft na onder meer Maya Di Rado, Simone Manuel en Lia Neal nu ook Katie Ledecky onder zijn hoede. Hij was assistent-coach tijdens de voorbije Spelen van Rio en is recent benoemd tot de hoofdcoach van de Amerikaanse damesploeg voor het WK in Boedapest komende zomer. Pikant detail is dat Meehan alvorens hij naar Stanford trok, assistent was bij het mannenteam van Berkeley, de grote rivaal.
Ben je tevreden met de resultaten van deze laaste ‘Dual-Meet’ van het reguliere seizoen?
Absoluut, het is altijd leuk om te duelleren met je grote rivaal. Of we nu winnen of verliezen, het is altijd fijn om hier (cfr. Berkeley) te zijn. Ze hebben een geweldig team en coaches. Veel zwemster kennen elkaar ook van bij de nationale ploegen of van internationale tornooien en dat zorgt echt voor positieve sfeer. Ik ben dan ook erg tevreden met onze prestaties tijdens deze wedstrijd.
Is het speciaal om hier terug te keren bij je vorige werkgever, maar tevens grootste rivaal?
Het is echt bijzonder om hier terug te keren, zelfs na vijf jaar. Ik heb hier zoveel vrienden, zowel bij de coaches, maar ook officials, vrijwilligers en natuurlijk Dave Durden, de coach van de mannen van Cal en Ryan Murphy, Nathan Adrian, Josh Prenot en vele anderen.
Je bent afgelopen maand ook benoemt tot de hoofdcoach van het Amerikaanse damesteam voor het WK in Boedapest komende zomer. Kijk je er naar uit en at zijn je verwachtingen? Denk je dat het team even sterk voor de dag zal kunnen komen als in Rio?
Het zal moeilijk worden om op hetzelfde niveau te presteren. Emotioneel gezien is er een enorm verschil tussen de Olympische Spelen en een WK, zeker gezien de Spelen nog niet eens een jaar terug plaatsvonden. Ik kijk er wel echt naar uit om met atletes te werken die nog nooit hebben deelgenomen aan een tornooi van dat niveau en hen te doen leren van enkele, al dan niet jonge, veteranen. Zo wil ik het WK gebruiken als een momentum richting Tokio 2020.
Als coacht is het je taak om op zoek te gaan naar manieren om de atleten beter te maken, maar ben je ook nog bezig met jezelf te verbeteren?
Jazeker, dat is denk juist één van de dingen die wij, Tracy Duchac, Joey Sementelli en ikzelf als coaches (van Stanford) echt goed doen. We leren elk seizoen bij, zowel in klein als in groot bad. Nadat we het seizoen geëvalueerd hebben en de zaken identificeren waarin we nog kunnen verbeteren, passen we steeds wel enkele dingen aan. Dat kan gaan over het aanpassen van de structuur van een gemidddelde trainingsweek of een aspect van een specifiek nummer waarin we tekort schoten. Het gaat erover nooit helemaal tevreden of voldaan te zijn. De sport wordt steeds sneller en sneller dus je moet je echt continu aanpassen en zeker niet denken dat je alle antwoorden al kent.
(PV)
