| Leeftijd | 26 jaar |
| Club | Antwerpen United Swimming – BRABO |
| Trainer | Ronald Gaastra |
| Specialiteit | 100m vlinderslag; allrounder |
Als Katinka Hosszu de iron lady is van het mondiale zwemmen, dan is Kimberly Buys de Belgische evenknie. ‘Buyski’ domineert in België al jaar en dag een heel aandeel van disciplines die onze zwemsport rijk is. Met talloze Belgische records op verschillende disciplines, en vorig jaar afgeklokt op meer dan 100 Belgische titels vreet deze taaie tante vaker wel dan niet haar lokale tegenstand op. Kimberly behaalde haar eerste internationale selectie in 2006 voor het EK te Boedapest en haalde reeds 2 maal continentaal zilver op de Europese kortebaankampioenschappen te Eindhoven (2010) en te Chartres (2012) op de 200m wisselslag en 100m vlinderslag respectievelijk. Op de Olympische Spelen van Londen vertegenwoordigde Kimberly onze nationale kleuren op de 100m vlinderslag en de 100m rugslag, en miste hier ternauwernood de halve finales. Kimberly verzekerde zich reeds vroeg in 2015 voor een plek in de Olympische ploeg. Begin september brak Kimberly haar pols in een auto-ongeluk.De 26-jarige studente stond ons te woord.
Dit interview is afenomen op 26 november 2015.
Dag Kimberly, hoe gaat het met je?
Goed, allé ja ca va.
Je kampt met een lastige blessure op dit moment. Hoe verlopen de trainingen nu?
Afgelopen maandag (23/11) heb ik mijn eerste training zonder brace mogen afwerken. Het bot in mijn pols, zegt de dokter, is op zich buiten gevaar, maar alle structuren daarrond zijn natuurlijk beschadigd geraakt en moeten terug opgebouwd worden. Ik mag in principe alles doen, maar uiteraard zonder te forceren. Het herstelproces is nog niet rond. Zo zijn er bepaalde bewegingen in de vlinderslag die ik nog maar beperkt kan uitvoeren. Ook armoefeningen in de fitness zijn er op dit moment nog te veel aan. Binnenkort neem ik deel aan een wedstrijd in Schotland dus keerpunten en starts moet ik ook terug uitproberen. De dokter vertelde me dat als ik in januari terug alles kan doen, ik content mag zijn.
Je hebt je reeds vorig seizoen weten plaatsen voor de Olympische Spelen. Bij je vorige Spelen, in 2012, was je geplaatst in januari van dat jaar en koos je ervoor om het Europees kampioenschap over te slaan ten voordele van de OS. Zijn er al dergelijke knopen doorgehakt voor dit seizoen?
De planning is met mijn polsbreuk wel een beetje omgegooid. Normaal doe ik mee aan het EK kortebaan en pak ik daarna 2 à 3 weken vakantie om dan de trainingen terug op te pakken. Nu ga ik naar Schotland, proberen een wedstrijd te zwemmen, dan neem ik er drie dagen uit en daarna begin ik terug Met mijn blessure heb ik wel wat achterstand qua kracht enzo opgelopen.
Op voorhand hadden we al vastgelegd om het EK in mei wel mee te doen. Vier jaar geleden hebben we er inderdaad voor gekozen om dat niet te doen. Dat was toen de moeite om te proberen, maar eigenlijk heb ik die wedstrijden wel nodig. Ik zie dan waar ik sta en voor die grote wedstrijden doe je het immers.
Ik bevind me nu in een luxueuzere positie dan in 2012. Nu weet ik al bijna anderhalf jaar op voorhand dat ik naar Rio ga. Ik hoef niet meer achter die limiet crossen zoals toen. Nu kan ik focussen op andere dingen en lukt er dan eens een toenooi niet, dan is dat geen ramp en zit je niet in je hoofd met: ‘Ah dju, ik moet mijn limiet nog zwemmen’.
In Londen vertegenwoordigde je België op de 100m vlinderslag én de 100m rugslag. We kennen je als een allroundzwemster. Zijn er dit keer nog nummers naast de 100m vlinderslag, waarvoor je je wil plaatsen?
Goh, het zal niet op de 100m rugslag zijn. Op dit moment zit de rugslag bij mij wat op een zijspoor. Ik ben in 2012 ook gedelibereerd voor de 100m rugslag, en als ze nu beslissen om me opnieuw iets extra te laten zwemmen dan zou dat eerder de 100m crawl zijn. De limiet daarvoor is iets van 54 seconden laag is. Die limiet halen zal ik waarschijnlijk niet doen maar als men besluit me nog een nummer te laten zwemmen dan zal het eerder bij de crawl liggen… De 200m vlinderslag niet hoor (lacht)
Als Ronald (Gaastra red.) een woordje wil doen mag dat misschien wel.
Haha, dan zal ik zeggen: ‘Ben je zeker?!’ (lacht). Nee maar, ik ben nu niet bezig met het najagen van een tweede limiet.
Wat zijn je concrete ambities, nu je al geplaatst bent?
Wel, Peking (2008 red.) heb ik gemist op 9 hondersten. In Londen heb ik deelgenomen en dat was allemaal super en wel. Maar mijn prestaties zelf waren dan van net niet. Dus ik heb mezelf nog niet overtroffen op de Olympische Spelen. Eigenlijk drijft het me nu om op de Spelen mijn beste wedstrijd ooit zwemmen en daar de halve finale te halen.
Het is opvallend dat in het Belgische dameszwemmen een erg jonge generatie meisjes de plak zwaait na jij en Fanny Lecluyse. 14-15 jarigen die seniorentitels behalen op Belgische kampioenschappen. Het is, geloof ik, niet de eerste keer dat jij dat een nieuwe lichting ziet komen aandringen. Hoe zit het met de doorstroom volgens jou?
Ik heb inderdaad al wel vaak iemand jong gezien die erg snelle tijden zwemt. En dan denk ik: ‘Amai, die komt in mijn buurt’, waarna die dan toch de laatste stap niet helemaal kan maken. Veel hangt, volgens mij, af van de manier waarop ze al trainen op die leeftijd. Hoeveel hebben die al getraind of aan wedstrijden meegedaan? Ook dat je op latere leeftijd nog gemotiveerd blijft is een grote factor. Toen ik 15 jaar was zwom ik nog vier trainingskes per week in Beveren. Pas toen ik 16 jaar was werd ik opgepikt in Ronald zijn ploeg en begon ik pas echt veel en hard te trainen.
Als je het vergelijk maakt met het herenzwemmen. Dan heb je, zeker in de vrijeslag, een aantal mannen die aan elkaar gewaagd zijn. Dat haantjesgedrag komt wel eens naar boven en maakt het alleen maar competitiever. In jouw geval is het dan vaak het omgekeerde van dat. Jij staat al erg lang alleen aan de top.
Je moet leren tegen jezelf te zwemmen. Maar eigenlijk gaat het er vooral om tegen een concurrente te kunnen zwemmen en zowat een ‘heroïsche strijd’ te kunnen uitvechten. Ik kom enkel Fanny Lecluyse sporadisch tegen in de wisselslag en dat is wat jammer. Ze kwam onlangs erg dicht bij mijn Belgisch record op de 100m wisselslag en dat maakt het wel plezant. Toch is het wat jammer dat ik wat concurrentie mis in België. Als ik in het buitenland een toernooi zwem dan liggen ze naast me en daar word ik wel beter van.
Dan wens ik je namens SwimNation nog erg veel succes toe voor dit seizoen… En de seizoenen die misschien nog komen.
Was dat een hint? (lacht). Nee, het is vrij zeker dat ik na de Olympische Spelen nog zeker een jaar doorga. Tokio 2020… Dan ben ik er al 31 he. Maar na Rio heb ik nog één jaar met mijn studies te gaan, en dan zie ik het zeker zitten om dat te blijven combineren met topzwemmen.
