Het dilemma voor Timmers: schaken op woelig water

In een vorig artikel relativeerden we sommige berichtgeving van de media. De zwemwereld leek beland in een modern potje spierballengerol over de aflossingsploeg 4x200m vrije slag. Heel jammer voor de betrokken atleten en de sport in algemeen. Maar soms moet men een paar stappen achteruit zetten om een totaal overzicht te verkrijgen van de echte problematiek. En die is er wel degelijk… In dit artikel leest u waarom.

– AXEL VANDEVELDE

Er leek een heuse discussie ontstaan wat betreft de persoonlijke ambities van Louis Croenen en Pieter Timmers. Sommige media pikten hier iets te gretig op in maar dit hoeft niet per se negatief te zijn. Ten eerste houdt dit alle geesten scherp. Er is inderdaad een reële kans op (persoonlijke) opofferingen. Beide zwemmers alsook de trainers zitten terecht met de handen in het haar. Ten tweede draait sport en vooral sportverslaggeving om pure emotie. “We zijn er klaar voor” of “Er is water binnengedrongen in mijn zwembril” zouden nu eenmaal minder journalisten naar de chlooroevers lokken. Publiciteit moeten we dan ook durven koesteren in de zwemsport.

Tous ensemble?

Ronald Gaastra omschreef de vete tussen Timmers en Croenen als “een storm in een glas water”. Beide heren zouden er namelijk voor opteren om de ochtendkwalificatie van de 4x200m vrije slag aan zich voorbij te laten gaan. Laat dit juist het nummer zijn waar onze zwemmers heel hoog kunnen scoren. Bij een evenaring van de prestaties op het voorbij EK te Londen, kunnen we een reservezwemmer opstellen in de series. In theorie kan er dus extra rust worden ingebouwd voor één zwemmer met het oog op de (halve) finales later die dag. Timmers zou zich zo volop kunnen focussen op zijn 100m vrije slag (indien halve finale) terwijl Croenen geen onnodig buskruit zou moeten verschieten voor de finale van de 200m vlinderslag (indien finale). Wil men kans maken op een finaleplaats zal een van beide zwemmers water bij de wijn moeten doen.

Foutieve, onuitgesproken verwachtingen en een wel heel slecht getimede communicatie brachten alle theorieën en planningen in een stroomversnelling. De uitspraak dat Croenen zich niet als een teamspeler zou opstellen, kwam hard aan in de Belgische zwemwereld, niet het minst bij de jonge zwemmer zelf. Dit werd later door Timmers enigszins genuanceerd. Dergelijke kopzorgen kunnen in deze afwerkingsfase gemist worden als kiespijn.

Kiezen is niet altijd verliezen

Er valt wel iets te zeggen over het skippen van individuele nummers ten behoeve van de aflossingsnummers. Zo zal de beslissing van Timmers om niet deel te nemen aan de individuele 200m vrije slag inderdaad een gunstig effect hebben op de 4x100m vrije slag.

Timmers zijn Olympische hoofdnummers zijn: 100m, 4x100m en de 4x200m vrije slag. Zijn 200m vrije slag (individueel) is Europees top maar absoluut onvoldoende om zich te kwalificeren voor een Olympische finale. Kanttekening is Timmers 200m vrije slag in aflossingsverband.  Hier is hij wél absolute wereldtop getuige zijn wereldtijd het afgelopen EK (mede mogelijk door de hogere startsnelheid bij een overname en zijn onbetwiste reputatie als slotzwemmer). In geen geval zou “de opoffering” van Timmers vergeleken kunnen worden met de opoffering dat Croenen zou moeten maken voor de 4x200m later die week.

Aanvullend op de vorige alinea moet Timmers zijn meerdere erkennen in Glenn Surgeloose op de 200m vrije slag (individueel). Surgeloose was dé revelatie van het afgelopen EK 2016 te Londen. Als de progressie van Surgeloose verder aanhoudt (of wordt bevestigd) is hij individueel niet te kloppen door Timmers. Vreemd genoeg kan Timmers, ongeslagen door een andere Belg en hopelijk in topvorm, zijn laatste Spelen extra glans geven door niet deel te nemen aan de 200m vrije slag.

We hebben het bovendien over hypotheses én over sport. Het wordt allemaal iets eenvoudiger voorgesteld dan het in werkelijkheid is. Stel dat Louis zich wel zou hebben geplaatst voor de finale maar onvoldoende herstelt door de deelname aan de kwalificaties van de 4x200m en bijgevolg een teleurstellende finale zwemt (zowel individueel/ aflossing) dan zou dit echt een sportief drama betekenen. Iedereen dient rekening te houden met de impact van een 200m op het lichaam. Dit vergt nu eenmaal meer herstel dan een 50m of een 100m. No offence aan de sprinters.

Tot slot moeten we opmerken dat “een frisse Timmers” bijna onvervangbaar is voor de kwalificatie van zowel de 4x100m als de 4x200m. Surgeloose heeft m.i. wel baat bij de series omdat hij steeds groeit tijdens het toernooi. Bovendien recupereert hij iets rapper dan Timmers waardoor de 4x100m niet in gevaar komt. Croenen daarentegen is niet onvervangbaar voor de kwalificaties van de 4 x 200m maar dit is een sportieve gok waar de gehele discussie natuurlijk om draait. Niemand wil een doemscenario waarbij de ploeg zich met ettelijke honderdsten niet zou plaatsen. In een finale van de 4x200m – waar het wél om de definitieve plaatsen gaat – is een Croenen in topvorm onvervangbaar.

Kunnen we ons plaatsen voor de finale van de 4x200m zonder Croenen? Ja, zij het minder vlot. Je kan het met een ander voorbeeld vergelijken. De Rode Duivels worden bestempeld (of werden bestickerd) als een gouden generatie. Deze huidige generatie van zwemmers heeft de eigenschap om net als hen – sportief gezien, dus niet qua hype – over een topploeg te beschikken. Tijdens de OS van Londen 2012 beschikten we over 4 volwaardige aflossingsleden op de 100m vrije slag. Het voorbije decennia is er echter heel wat positief geëvolueerd in de Belgische zwemsport. Zowel in de breedte als bij de jeugdzwemmers. Daarom kunnen we zelfs een reservezwemmer laten aantreden in de ochtendseries van de 4x200m. Maar zoals eerder vermeld: dit is en blijft een sportieve gok.

David vs Goliath

Voormalig topzwemmer Tom Vangeneugden (OS 2008, Peking) liet ooit optekenen: “Als het niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat”. Dit geldt ook voor de planning van deze Olympische Spelen. Grotere zwemnaties met veel reservezwemmers voor de aflossingen hebben een voordeel bij de huidige wedstrijdplanning. Landen zoals Nederland en België lijken het kind van de rekening en zullen zich noodgedwongen moeten schikken en moeilijke knopen doorhakken. In het beste geval zouden zowel Croenen alsook Timmers niet moeten aantreden in de ochtendreeksen van de 4x200m. Deze luxe heeft België helaas niet. Vandaar dat deze ploeg volledig wordt onthoofd als beide zwemmers besluiten om niet te zwemmen.

De wet van Murphy 

Een finaleplaats op deze Olympische Spelen (top 8, het zgn. Olympisch diploma) is het voornaamste doel van deze selectie. Croenen maakt als individu de grootste kans op een finaleplaats. Timmers en Fanny Lecluyse (200m schoolslag) hebben ook een stevige reputatie als kampioenschapszwemmers en kunnen verrassen. Maar wat weinigen lijken te beseffen na dit hele debacle is dat voornamelijk de 4x200m de hoogste kansen biedt op succes. En dit vormt dus een heel groot probleem…

In een absoluut worstcasescenario waarbij noch Croenen, noch Lecluyse zich zouden plaatsen voor een finale heeft alleen Timmers de voornaamste sleutels in handen voor een Olympische zwemfinale. Timmers zou kunnen beslissen om zich volop te focussen voor de ochtendseries van de 4x200m en dus volop voor het team te gaan. Maar hij ambieert een medaille voor zijn individuele 100m vrije slag. Zijn besluit blijkt dan ook vast te staan. Niet onterecht. De Amerikaanse, Franse en Australische armada lijken torenhoog favoriet op de titel van de 100m vrije slag. Wanneer we nog enkele uitschieters van de andere landen incalculeren dan lijkt een finale wel heel straf voor Timmers. Zijn PR (48.22, WK Kazan 2015) ligt echter heel dicht bij de huidige top 10 van de wereld. Geen gemakkelijke keuze voor de vrije slagzwemmer. Wat wel vaststaat is dat de leden van de 4x200m intussen met lede ogen moeten toekijken hoe de uitzonderlijke kansen op een finale met zienderogen slinken.

Vanuit sommige hoeken werd grote kritiek geuit op Timmers entourage. Croenen werd door een wel heel toevallige en plotse media-aandacht handig in snelheid gepakt waardoor hij de hete aardappel van deze discussie (b)leek vast te houden. Indien de ploeg zich niet zou plaatsen dan zou de verantwoordelijkheid volledig bij Croenen liggen. Iets wat zeker niet collegiaal kan worden genoemd. Dat de jonge vlinderslagzwemmer daarbovenop een slechte teamspirit werd verweten door Timmers, bleek niet meer dan de spreekwoordelijke druppel. Timmers entourage heeft zichzelf schaakmat gezet zo lijkt het. Na de Spelen zullen er hoe dan ook koppen rollen.

Conclusie

Enerzijds kunnen deze individuele ambities een sportief succes in de weg staan. De grens tussen een geslaagde Olympische Spelen en een sportief drama is meer dan ooit flinterdun. Dit heet nu eenmaal topsport. Anderzijds zijn de uitgesproken ambities van onze atleten om te watertanden. België kan rekenen op een bijzonder sterk team en finaleplaatsen zijn zeker mogelijk. Medailles behalen klinkt eveneens prachtig. Al lijkt dit scenario even realistisch als een situatie waarin Michael Phelps zijn wedstrijdstart zou missen omdat hij Pokémon aan het vangen is. Maar zeg nooit nooit…

Advertenties

Auteur: swimnation.be

Dé Belgische website over zwemmen. Redactieteam: Pieterjan Vangerven, Lorenz Vermeersch, Marnik Dekoninck, Mathieu Mattelaer, Kato Vander Sande & Axel Vandevelde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s