Belgen in Rio: Vooruitblik met Brigitte Becue op de 200 schoolslag dames

In deze reeks voorbeschouwingen nemen we elk Olympisch zwemnummer dat door een Belg wordt gezwommen onder de loep. We bespreken de omstandigheden en ontwikkelingen die, volgens ons, een belangrijke impact kunnen hebben op de kansen van onze zwemmers. Naast onze preview geven we ook het woord aan een oud-Belgisch recordhouder om zijn/haar licht te laten schijnen over de nakende Olympische Spelen. 

Vandaag is het de beurt aan de 100 en 200 schoolslag dames met Fanny Lecluyse. Onze redactie wist met Brigitte Becue een absoluut icoon van het Belgische zwemmen te strikken voor een interview. Ze geeft haar kijk op de kansen van Fanny.


Brigitte Becue

Embed from Getty Images

Brigiite Becue (°1972, Oostende) is met maar liefst drie Europese titels op de langebaan en twee op de korte baan, de meest gelauwerde Belgische zwemster in de geschiedenis. In 1993 zwom ze in Sheffield naar haar eerste titel op de 200 schoolslag. Een jaar later pakte ze op diezelfd afstand brons tijdens het WK in Rome. Bij het EK in Wenen in 2015 was ze zelfs goed voor de dubbel met winst op de 100 en 200 schoolslag. Bovendien pakte ze in dit jaar ook nog brons op de 200 wisselslag. Becue nam deel aan maar liefst vier Olympische Spelen en debutteerde op 15-jarige leeftijd in Seoul (1988). Een jaar later was ze al goed voor zilver op de 200 schoolslag tijdens het EK in Bonn. Verder waren er nog medailles op de langebaan in Sevilla, twee maal brons, Istanbul, één bronzen medaille, en Helsinki, zilver met de wisselestafette. Op de korte baan dikte ze haar palmares nog aan met zowel in Sheffield (1998) en Lissabon (1999) een titel op de 100 schoolslag en in Lissabon ook nog brons op de 200 schoolslag. In 1994 en 1995 werd ze sportvrouw van het jaar. Na haar zwemcarrière ging Becue aan de slag als zwemtrainster, maar dat hield ze een kleine twee jaar geleden voor bekeken.


“In schoolslag is techniek misschien nog net iets belangrijker dan in de andere slagen.”

Het is intussen 18 jaar geleden dat je jouw Belgisch record op de 100 schoolslag (1.09.16, bij het WK in Perth) en 21 jaar sinds je record op de 200 schoolslag zwom (2.27.66, bij het EK in Wenen). Denk je nog regelmatig terug aan die wedstrijden? Hoe is het je vergaan sinds je de zwemsport vaarwel zei en wat doe je momenteel?

Ik denk bijna nooit aan deze wedstrijden terug. Enkel als men er mij over aanspreekt, gebeurt dat wel eens. Op grote tornooien zijn plaatsen veel belangrijker. Records zijn er om verbroken te worden. Titels en medailles pakken ze je nooit meer af. Ik ben fier op mijn Europese titels.

Ik ben anderhalf jaar geleden uit het zwemmen gestapt omdat mijn mama toen ziek was en omdat ik te weinig tijd had voor mijn zoontje. Nu werk ik bij iVOX, een online marktonderzoeksbureau in Leuven. In 2016 hebben we de afdeling Sports & health opgericht. Een leuk, tof, vernieuwend bedrijf waar ik graag werk en waar je ook veel te weten komt door alle enquêtes en interactieve testen die we doen.

Volg je het (inter)nationale zwemmen nog op de voet? En zoja, kijk je uit naar Rio?

Ik volg het internationale zwemmen nog altijd vrij goed. Ik vind het nog altijd een schitterende sport. Topsport kan me bijna altijd boeien. Dus ik ga zeker de OS in Rio volgen, zowel het zwemmen als zo veel mogelijk andere sporten.

Hoe schat je de kansen van Fanny Lecluyse in op de 100 en 200 meter schoolslag?

Met minder dan een halve finale mag ze niet tevreden zijn. Een finale zou voor haar een schitterende prestatie zijn en ik weet dat ze met minder ook niet tevreden zal zijn. Vooral op de 200m schoolslag schat ik haar kansen het hoogste in om die finale te bereiken.

Welke eigenschappen (mentaal, technisch, fysiologisch) zijn essentieel om uit te blinken op de 100 schoolslag en op de 200 schoolslag? Welke details maken of breken je race?

Elke zwemmer (topsporter) die de top wil halen moet over goede fysiologische, technische en mentale kwaliteiten beschikken. Er bestaan geen geheimen, toch niet als je het op de een eerlijke en legale manier wil doen! Een goede fysieke conditie, een zo perfect mogelijke techniek en een grote mentale weerbaarheid zijn zowel in schoolslag als in de andere slagen belangrijk.

In schoolslag is techniek misschien nog net iets belangrijker dan in de andere slagen. Een minderen techniek kan er in schoolslag immers voor zorgen dat je ineens “seconden” trager zwemt, terwijl dit in andere slagen vaak beperkt blijft tot een paar tienden.


Cijfers zijn maar cijfers… Toch bekijken we in onze preview met een oplijsting van de tijden die afgelopen jaren noodzakelijk waren om een halve finale, finale of podiumplaats te realiseren op het wereldtoneel. We gebruiken deze gegevens om een indruk te krijgen van het deelnemersveld dat we kunnen verwachten in Rio de Janeiro.

OS 2012 WK 2013 WK 2015 gemiddelde tijd
Top 16 2.26.94 2.28.12 2.25.91 2.26.95
Top 8 2.24.46 2.24.68 2.23.06 2.23.95
Brons 2.20.92 2.22.37 2.22.76 2.21.65
Zilver 2.20.72 2.20.08 2.22.44 2.21.20
Goud 2.19.59 2.19.41 2.21.15 2.20.40

In de breedte is het niveau op de 200 schoolslag bij de dames sterk toegenomen over de voorbije vier jaar. Zo werd het duidelijk moeilijkeer om een halve finale en finale te zwemmen. Het ziet er naar uit dat ook dit jaar een tijd van 2.23 laag of 2.22 hoog nodig zal zijn voor de finale. Het Belgische record van Fanny Lecluyse bedraagt 2.23.77. Halve finale moet dus zeker mogelijk zijn. Voor een plek in de finale zal ze zo goed als zeker een nieuw Belgisch record moeten zwemmen. Na haar Europese titel op de korte baan in december in Netanya leek alles op wieltjes te lopen, maar haar 100 schoolslag was tegenvallend. Gelukkig ligt de 200 haar veel beter. Een Olympisch diploma is de inzet.

Fanny

Fanny Lecluyse brak door op het internationale toneel tijdens het WK in Shanghai in 2011. Daar werd ze negende op de 200 schoolslag. Die prestatie bracht echter heel veel druk met zich mee en de verwachting voor Londen 2012 waren hooggespannen. Lecluyse kon daar echter niet op hetzelfde niveau presteren en keerde ontgoocheld huiswaarts. Nadien verliet ze korte tijd haar coach Horatiu Droc en club DM om in Wachtebeke bij het toenmalige Gold HPC te gaan trainen onder leiding van Wauter Derycke. Daar leerde ze veel bij op  het gebied van techniek, maar naar eigen zeggen waren de trainingen niet zwaar genoeg. Uiteindelijk keerde ze terug naar Moeskroen en coach Droc, waarna ze in 2014 en 2015 op respectievelijk het EK in Berlijn en het WK in Kazan erg sterke prestaties afleverde. In december volgde dan het hoogtepunt uit haar carrière tot nog toe met de Europese titel op de korte baan op de 200 schoolslag .

(PV)

Advertenties

Auteur: swimnation.be

Dé Belgische website over zwemmen. Redactieteam: Pieterjan Vangerven, Lorenz Vermeersch, Marnik Dekoninck, Mathieu Mattelaer, Kato Vander Sande & Axel Vandevelde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s